Column: De Heksenkring.

Bijgewerkt op: 25 mei 2021

Ik ben geen verlegen meisje. Volgens mij ben ik dat ook nooit echt geweest. Ik vind het juist leuk om met vreemden te praten en voel me, ook al kan ik soms wat de kat uit de boom kijken, niet zo snel ongemakkelijk in een ruimte waar ik niemand ken. Maar er is één ding waardoor ik gewoonweg niet normaal kan functioneren. Waar ik gelijk zweethandjes, scheurbuik en waterpokken van krijg. Waar ik consequent mijn snor probeer te drukken en hoop dat er iemand binnen komt rennen die schreeuwt dat er koolstofmonoxide is vrijgekomen en we allemaal zo snel mogelijk het pand moeten verlaten. Jezelf voorstellen in een kringgesprek.

Nu ik afgestudeerd ben, bevind ik me steeds vaker in situaties waar ik mensen nog niet ken. Zo volg ik bijvoorbeeld extra acteerlessen in Rotterdam, waar we bijna iedere week een workshop krijgen van een nieuwe docent. Het is dan wel zo handig om jezelf steeds opnieuw even kort te introduceren. Wie ben je? Hoe oud ben je? Wat is je ervaring en wat wil je leren? Waar deze vragen geen enkele issue zouden zijn in een fluïde gesprek, zijn ze in deze één voor één presentatievorm meer een koortsachtige zenuwuitbuiting. Alsof je in de rij staat voor die attractie waar je eigenlijk niet in durft, maar waar je je kaartje al voor gekocht hebt. Ten eerste word ik geconfronteerd met zo ongeveer de vraag van mijn leven. Want ja, wie de fuck bén ik nou eigenlijk? Ik moet eerlijk bekennen, ik dacht er net een beetje lekker achter te komen wie-wat-waar-wanneer-waarom ik nou ongeveer ben in dit leven. Ik had plannen, dromen en een hoop inzichten en meningen waarvan ik dacht dat ze vaststonden tot alle grond even onder onze voeten vandaan werd geratst. Echt een grapjas, joh, dat universum. Bovendien heb ik door deze ‘c-situatie’ mijn hele 24e levensjaar gevoelsmatig gewoon overgeslagen, dus zeggen dat ik 24 ben, voelt ook niet helemaal eerlijk. Maar los van het daadwerkelijke antwoord dat ik geef op de vragen die mij gesteld worden, slaat de paniek vooral toe over de manier waaróp ik antwoord geef. We zitten in een kring, dus ik tel het aantal wachtenden voor me. Ik voel m’n beurt al aankomen wanneer ik aan de intonatie van de gene voor me hoor dat ze bijna klaar is. Vanuit vogelperspectief bekijk ik mezelf van bovenaf. Met mijn benen over elkaar zie ik er misschien rustig uit, maar wie goed kijkt, ziet mijn oksels klotsen. Ik hoor mezelf mijn eerste zin zeggen: “Nou, ík ben Niniane.” Mijn god, er lag natuurlijk al veel te veel nadruk op die “ik”. Nu kom ik over als een zelfingenomen snob. Ik voel de ogen op me gericht en weet dat ik veel te snel praat, maar ik ben bang dat een plotselinge tempowisseling te veel op gaat vallen. Ter compensatie van de zenuwen, praat ik bijna overmatig nonchalant. Bij de volgende zin probeer ik dan maar iets van mijn enthousiasme door te laten schemeren, maar dat resulteert dan meteen weer in excessieve speekselproductie.


Tot overmaat van ramp heb ik door al deze hersenspinsels niet eens door gehad dat ik ondertussen al gewoon begonnen ben aan een nieuwe zin, terwijl ik nog niet eens weet wat ik überhaupt zeggen wil. Wat een ellende is dit. Als kind zou ik gewoon, “Ik ben Nini, ik heb al één grote mensen tand en ik word later bloemencorso” hebben gezegd. Waarom is het nu dan zo moeilijk?

Laatst vertelde ik aan mijn beste vriend over mijn jezelf-voorstellen-in-een-kring-angst en hij leek zich hier totaal niet in te herkennen. “Ik kan juist altijd niet wachten tot ik aan de beurt ben”, zei hij. Dat is dan weer het andere uiterste. Maar toen ik mijn moeder vanmorgen vertelde over deze kwaal, was ze blij te horen dat ze niet de enige was. “Heb jij dat ook?!” Mijn moeder doet een cursus stemacteren en wil zich bij het voorstelrondje dan ook zeker niet laten identificeren door haar werk, haar kinderen of het feit dat ze getrouwd is. “Dat is niet wie ik ben! Maar ja, wat moet ik dan zeggen?!”


Zou dit dan een aangeboren aandoening zijn? Het niet willen reduceren van wie je bent tot vier standaardzinnen? Heeft het te maken met een identiteitscrisis? Of is het fenomeen ‘kring’ gewoon zo ontzettend ongemakkelijk? Mijn vriendinnen en ik hebben een raar onderonsje. Soms mèt, maar vaak ook zónder enige duidelijke aanleiding vormen we een cirkel. We krommen onze ruggen, rimpelen onze neuzen en lopen rondjes terwijl we onze benen zo hoog mogelijk optillen. Ondertussen roepen we met scherpe stemmen “de heksenkring, de heksenkring”. Nu ik dit schrijf klinkt dit best eng, maar het is gezellig bedoeld.


In de heksenkring hoef ik me aan niemand voor te stellen, maar kan ik gewoon de heks zijn die ik ben. Misschien is dat het wel. Dat ik bij zo’n voorstelmomentje gewoon vooral heel normáál probeer te doen. Misschien probeer ik altijd te veel het antwoord te geven dat van me verwacht wordt. Ik wil natuurlijk niet dat ze erachter komen dat ik een toverkol ben. Misschien moet ik dat voortaan maar gewoon meteen eerlijk zeggen.

4 weergaven0 opmerkingen